Toelichting bij de lezingen zoals gegeven op de startzondag Toelichting bij de lezingen zoals gegeven op de startzondag

Startzondag en geen dominee.

Ja, daar staan we dan. Of eigenlijk: ik sta en u zit…
En  ik zie u denken: ja en nu? Hoe nu verder?

Precies zo moeten de mensen uit het boek Zacharia zich gevoeld hebben. Laten we eens kijken naar de historische context. Het is ruim 500 voor Christus, zo’n 15 jaar na de Babylonische ballingschap. Deze ballingschap wordt beschouwd als een zwarte bladzijde in de joodse geschiedenis maar de historici zijn het niet eens over hoe erg die tijd is geweest. Het was niet vrijwillig, dat is zeker, maar er waren veel vrijheden en velen bouwden een gewoon bestaan op. Het gevolg was dat toen men mocht gaan, lang niet iedereen direct terugkeerde naar Jeruzalem. De economie kwam daardoor maar langzaam op gang en hoewel men voorzichtig was begonnen met de herbouw van de tempel was echte vooruitgang nog ver te zoeken.
Om moedeloos van te worden.
In die omstandigheden staat Zacharia op en begint te vertellen. Hij doet dat naar onze begrippen wat pompeus met de steeds herhaalde formulering ‘zo spreekt de Heer van de hemelse machten’, maar zo probeert hij de aandacht te krijgen en zijn boodschap kracht bij te zetten.
Er zijn er meer die dat zo doen: we kennen Lucas als voorbeeld met ‘en het geschiedde’ en zelfs ik probeerde aan het begin met een grapje uw aandacht te vangen.
Maar Zacharia heeft dan ook een belangrijke boodschap. Het mag dan op dat moment nog niet zo goed gaan, maar eens zullen op de pleinen van Jeruzalem weer oude mensen zitten te kijken naar de spelende kinderen. Ziet u het voor u? Toch een mooi visioen.

Zacharia kijkt ook terug: Er was beloofd het volk uit ballingschap te leiden en dat is gebeurd dus waarom zouden andere beloften dan worden gebroken? Eigenlijk vraagt hij de mensen om vertrouwen te hebben. Vertrouwen in een God die hen begeleidt.
Hij gaat echter nog een stapje verder. Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om de Heer te vereren. En op een dag zullen tien mannen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen om zich bij hem aan te sluiten.
Dat lijkt verdacht veel op de aankondiging van de komst van Jezus. Alleen had die twaalf discipelen, geen tien! Zou Zacharia zich bij deze knappe profetie vergist hebben of kon hij niet zo goed tellen?
Ik denk het niet. Steeds als er in de bijbel een getal staat moet je je afvragen waarom dat er staat. Zo staan die twaalf discipelen symbool voor de twaalf volkeren. En ook het getal tien komen we wel vaker tegen in de bijbel. Soms als zo maar een getal maar vaak met een bedoeling:
-    De naam van God begint met de letter Jod, de 10e letter uit het Hebreeuwse alfabet. Maar het staat ook gewoon voor het getal 10.
-    We kennen de tien geboden (of woorden)
-    Er zijn tien oud-vaders (Genesis 5)
-    En wat minder aardig: de tien plagen..
-    De tien maagden, weliswaar 5 dwaze en 5 wijze maagden, maar toch: 10
-    En als je goed telt bestaat ook het Onze Vader dat wij straks gaan bidden uit tien regels. Dat is wat duidelijker bij de oude formulering  dan bij de nieuwe maar om u straks een beetje te helpen met tellen hebben we de opmaak van het gebed in de liturgie een beetje aangepast.
Telt u straks maar na. Alleen niet tijdens het bidden natuurlijk…

Als je zo door de bijbel bladert kom je er achter dat het getal tien staat voor de “volmaakte goddelijke ordening”. Over pompeus taalgebruik gesproken…  Maar ik heb het dan ook niet zelf verzonnen. Zie het echter als een puzzel waarbij uiteindelijk de puzzelstukken precies in elkaar vallen. De puzzel zelf is weliswaar compleet en er missen geen puzzelstukken, maar we moeten hem zelf nog wel oplossen. Dat is soms best lastig en op onze weg we komen ook allerlei puzzels tegen en die zijn niet voor iedereen gelijk.
Zo heb ik bijvoorbeeld iedere dag wel een paar technische puzzels op te lossen, gewoon voor mijn werk. Als dan zegt dat het daar helemaal niet om gaat heeft u natuurlijk gelijk maar soms is het daarvoor nodig een goed gesprek te voeren en dan kom je meer in de buurt.
Dan zijn er de puzzels rond pastoraat en diaconaat. Puzzels rond onze positie in ons dorp en de toekomst van onze gemeente. Of misschien wel de aller-moeilijkste puzzel: de puzzel rondom leven en zingeving, zeg maar de puzzel van de levensvragen.
Toch hoeven we het niet helemaal alleen te doen. De bijbel staat vol met aanwijzingen om ons te helpen. Je moet die aanwijzingen wel leren herkennen. De tweede lezing vandaag, uit Marcus 8, wil dit duidelijk maken.

Marcus gebruikt hiervoor de vertelling van de genezing van een blinde. Dit verhaal is overigens niet het overbekende verhaal uit Johannes 9. Dat verhaal vinden we sterk verkort ook aan het eind van  Marcus 10. Nee, hier heeft het verhaal een andere strekking.
Een blinde wordt naar Jezus gebracht en men smeekt hem om de man aan te raken. Dat doet hij twee keer! De eerste keer krijgt de man zijn zicht terug. Hij is feitelijk genezen en kan weer zien alleen is het is allemaal niet zo scherp. Hij ziet mensen aan voor bomen, maar constateert wel  dat ze bewegen.
Pas na de tweede keer ziet hij het heel helder. Er staat niet: hij ziet weer scherp. Een eigenaardige woordkeus. Het is opeens allemaal duidelijk. In de kunst wordt vaak gezegd: je ziet het pas als je het door hebt.
Zo is het hier ook: zien en zien is twee.
Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen wat hier mee bedoeld wordt: hier wordt geduid op de vele verhalen uit de bijbel en Jezus die ons de weg wijst. Als je dat door hebt, dan weet je wat de opdracht is.
En dan komt die merkwaardige waarschuwing: ga niet terug naar het dorp. Met andere woorden: nu je tot inzicht bent gekomen, verval niet in je oude bezigheden. Kijk niet om. Doe niet wat je altijd al deed maar richt je op de toekomst. Je ziet het nu helder en je weet wat je moet doen.
-.-
Ik begon zopas met de constatering dat we vandaag een startzondag hebben zonder dominee. Een beetje gedwongen door de omstandigheden en het voelt wat ongemakkelijk.  Aan de andere kant gaat ook wat ver om te denken dat binnen afzienbare tijd de kerk hier weer vol jongeren zal zitten zoals gezegd wordt in de profetie van Zacharia.
Maar dat hoeft misschien ook niet. Er zijn meer mogelijkheden om het helder te zien.
We hebben hier echter wel een gemeente die toch aan die kerkdienst hecht en aan deze vorm van gemeente zijn. En dat willen we zo lang mogelijk overeind houden.

Nu is het misschien goed om te vermelden dat we voor bijna alle zondagen van het komende seizoen wèl een dominee hebben die hier voor zal gaan. Maar dat is maar voor één seizoen en de kerkdienst is niet het enige waar het om draait. Er moet dus iets structureel gebeuren.

Zoals u straks tijdens het gemeenteberaad zult horen is daarvoor al het nodige in gang gezet. Door de kerkenraad samen met een paar gemeenteleden.
Is dan alles perfect geregeld?
Vast niet. Ik denk ook niet dat we er het cijfer 10 voor zullen krijgen. Dat is echt aan de Ene voorbehouden.
Het werk is ook nog lang niet af.

Maar we doen ons best en gaan met z’n allen op weg met het vertrouwen waar Zacharia om vraagt.
Vertrouwen in de verhalen die ons richting geven.
Vertrouwen in de toekomst.
Het vertrouwen in een God die ons begeleidt.

Ik kan geen  mooiere gedachte voor een startzondag bedenken.


 

terug