De Syrische crises: opvang vluchtelingen in eigen regio? De Syrische crises: opvang vluchtelingen in eigen regio?

VLUCHTELINGEN

 
De wreedheden van de burgeroorlog hebben een vluchtelingenstroom op gang gebracht van meer dan 10 miljoen mensen. SHO (Samenwerkende Hulp Organisaties) spreekt van hulpbehoevenden, andere organisaties spreken van ‘refugees’ of vluchtelingen. De schatting is dat 50% bestaat uit kinderen jonger dan 12 jaar.
 
Van deze ongeveer 10 miljoen mensen zijn ongeveer 1,5 miljoen mensen naar Libanon gegaan. Een land met een oorspronkelijke bevolking van ongeveer 4,5 miljoen inwoners plus ongeveer 0,5 miljoen stateloze Palestijnen. De opvang van deze Syrische vluchtelingen gebeurde in eerste instantie op grond van een verdrag uit 1993 dat “de economische en sociale samenwerking en de coördinatie hiervan” regelt. Dit verdrag tussen Syrië en Libanon gaat over vrij verkeer van mensen en goederen en de vrijheid van werk, wonen en het ondernemen van economische activiteiten in beide landen.
 
Vluchtelingen in Libanon verblijven in tenten, overvolle appartementen en garages. Ruim 2/3 leeft op het absolute bestaansminimum. Libanon weigert zelf vluchtelingenkampen in te richten, omdat het geen herhaling wil van het gedoe met de 500.000 Palestijnse vluchtelingen die sinds 1948 in 12 kampen zitten. Deze Palestijnen zijn gebonden aan allerlei beperkingen met betrekking tot uitoefening van beroep en krijgen geen status. In Libanon is de angst groot dat het evenwicht tussen Sjiieten, Soennieten en Christenen wordt verstoord. Net als de Palestijnen zijn ook het grootste deel van de vluchtelingen uit Syrië Soennieten.
 

HUN POSITIE

 
Volgens het rapport “Assassment of the impact of Syrian Refugees in Lebanon and their employement profile” van ILO (International Labour Organization) uit 2014 is Libanon al snel begonnen met het instellen van beperkingen voor een verdere opname van Syrische vluchtelingen op grond van de Policy Papers on Syrian Displacement. Dat kon men in Libanon gemakkelijk doen, daar zij in 1948 wel de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hadden ondertekend, maar niet de UN Convention to the Status of the Refugees van 1951 en het Protocol van1967. Er werden in Libanon regelingen getroffen die het noodzakelijk maakten dat er verblijfsvergunningen nodig waren die gepaard gingen met hoge kosten (300,- tot 1000,- dollar) en die notarieel moesten worden opgesteld. In 2016 had 21% van de Syrische huishoudens in Libanon een dergelijke verblijfsvergunning volgens een bericht van Al Jazeera, die dit gedrag van de regering scherp veroordeelde en sprak van politiek opportunisme van een clan die het land regeert. De verblijfsvergunning wordt ook geëist van mensen die al als vluchteling staan geregistreerd en daarom niet horen te vallen onder de nieuwe regelingen. Mensen mogen dankzij deze vergunning een half jaar werken, maar zij worden niet gedekt door het Libanese vangnet van de sociale regelingen ook al hebben zij daarvoor geld afgedragen. De opgelegde beperkingen maken de vluchtelingen die dergelijke verblijfsvergunningen niet kunnen aanschaffen bijzonder kwetsbaar voor uitbuiting. Schulden, prostitutie en kinderarbeid nemen ernstig toe. De grenzen zijn nu officieel gesloten en het werken officieel verboden. Toch wordt illegale arbeid oogluikend toegestaan wat weer meer corruptie in de hand werkt. Het aanbod van illegale arbeid maakt dat de lonen voor eenvoudig handwerk in bij voorbeeld de landbouw in de Bekavallei zijn gehalveerd. Veel Libanese bedrijven draaien op illegale arbeid. Een zeer groot aantal respondenten (91%) in de Bekavallei die in een rapport van het IMF zijn ondervraagd zegt een daling in inkomen te hebben gehad door de oorlog in Syrië en de toestroom van vluchtelingen. Niet meer dan 7% vond een andere baan om het verlies aan inkomen te compenseren. (IMF Country report no 17/20) Spanningen lopen hierdoor op zowel door de enorme stijging van het aanbod van goedkope arbeid als ook door de grote daling van de export naar Syrië en haar achterland vanwege de oorlog. Daar komt bij dat Hezbollah en het Libanese leger partijen zijn in het gewapende conflict in Syrië en een zeer achterdochtige houding innemen tegen de Syrische vluchtelingen in de vallei. Regelmatig breekt er een brand uit in een van de kampen in de Bekavallei waarvan men vermoedt dat het Libanese leger zelf de aanstichter is.
 
Het United Nations Development Program spreekt van een tikkende tijdbom.
 

HULP

 
Intussen laat de Libanese regering niet na moord en brand te schreeuwen over de grote aantallen vluchtelingen die het heeft opgenomen. Die zijn inderdaad enorm en stelt het land voor grote problemen met betrekking tot de infrastructuur. Maar de grote klacht van alle hulpverlenende instanties is dat Libanon weigert en/of niet bij machte is enige actie te ondernemen. Hoewel het land jaarlijks ongeveer 1,5 miljard dollar ontvangt voor de bestrijding van deze problematiek eiste het op de Donorconferentie van de Europese Gemeenschap van april 2017 in Brussel een bedrag van 10-12 miljard dollar extra in de komende 5 jaar, omdat Libanon “vanwege de vluchtelingen op het randje van de afgrond staat” volgens premier Hariri. De opbrengst van die donorconferentie was trouwens 5,6 miljard euro totaal voor de hele regio. Aan de opmerkingen van de premier wordt door economen getwijfeld en men vermoedt dat ze vooral bedoeld zijn voor binnenlands gebruik.
 
In een uitvoerig artikel van Jad Chaaban dat via persbureau al-Jazeera op 5 april jl. is gepubliceerd wordt ook geconstateerd dat bij de herhaaldelijke conclusie van premier Hariri vraagtekens kunnen worden gesteld. Er zijn wel degelijk voordelen te noemen van de aanwezigheid van Syrische vluchtelingen.
Volgens Chaaban levert de gemiddelde vluchteling in de Bekavallei in 2016 een gemiddelde bijdrage aan de lokale economie van 106,- dollar per persoon per maand. De totale binnenlandse consumptie bedroeg 1,5 miljard dollar die werd besteed aan voedsel en basisbenodigdheden die werden gekocht in relatief kleine winkels. De huurprijzen voor vluchtelingen genereren een bedrag van 50 miljoen dollar aan inkomsten voor de verhuurders. Daarnaast kunnen de huurprijzen voor de grond waarop de tenten van de vluchtelingen staan in de betreffende locaties oplopen tot 500,- dollar per jaar. (Financieel Dagblad 2 oktober 2015) De stijging van de opbrengsten van de BTW bedragen 800 miljoen dollar tussen 2011 en 2016 en de telefoonabonnementen zijn sinds het uitbreken van de oorlog gestegen van 2,9 miljoen naar 5,7 miljoen abonnementen.
 

DE KERKEN

 
Voor een goed overzicht van wat de kerken in Nederland samen met andere hulpverlenende instanties doen verwijs ik graag naar het rapport “Rapportage Giro 555 Hulp slachtoffers Syrië” uit januari 2014. Daarin wordt uitvoerig de methode en de aard van de hulpverlening beschreven aan de ‘hulpbehoevenden’ in de regio Syrië. Voor verdere informatie wil ik ook verwijzen naar informatie van de ACT Alliance (Action by Churches Together). De mij toegezegde nadere informatie heb ik nog steeds niet ontvangen. Ik ben onder de indruk van het vele werk dat deze instanties ondernemen en de precieze wijze van verantwoording die de kerken afleggen over de bestedingen van bv. de Giro 555 gelden in de regio van Syrië. Maar er bekruipt mij ook een gevoel van machteloosheid wanneer ik alle getallen van mensen optel die in deze immense mensenstroom hulp ontvangen. Het is een druppel op een gloeiende plaat.
 
Ds. Bas Stigter
 
 
 

terug