ANBI gemeente ANBI gemeente

A. Algemene gegevens Protestantse Gemeente te Sint-Oedenrode, Son en Breugel behorende tot de Protestantse Kerk in Nederland
 

Naam ANBI: Protestantse Gemeente te Sint-Oedenrode, Son en Breugel
Telefoonnummer (facultatief):  
RSIN/Fiscaal nummer: 824116690
Website adres: http://www.pgsintoedenrodesonenbreugel.nl
E-mail:
Adres: Zandstraat 26
Postcode: 5691 CE
Plaats: Son en Breugel
Postadres: Postbus 197
Postcode: 5690 AD
Plaats: Son en Breugel
 
De Protestantse gemeente te Sint-Oedenrode, Son en Breugel is een geloofsgemeenschap die behoort tot de Protestantse Kerk in Nederland. In het statuut (kerkorde) van de Protestantse Kerk staat dit in ordinantie 2 artikel 1 als volgt omschreven “een gemeente is de gemeenschap, die geroepen, tot eenheid, getuigenis en dienst, samenkomt rondom Woord en sacramenten “. (ordinantie 1 artikel 1 lid 1 kerkorde).
 
Deze gemeente is een zelfstandig onderdeel als bedoeld in artikel 2 boek 2 Burgerlijk wetboek en bezit rechtspersoonlijkheid. Dit is ook vastgelegd in ordinantie 11 artikel 5 lid 1 van de kerkorde.
 
De kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland bevat o.m. bepalingen omtrent het bestuur, de financiën, toezicht en (tucht)rechtspraak die gelden voor de kerkleden, de gemeenten en andere onderdelen van deze kerk. Deze kerkorde is te vinden op  www.protestantsekerk.nl/kerkorde
 
De Protestantse Kerk heeft van de Belastingdienst een groepsbeschikking ANBI gekregen. Dat wil zeggen dat de afzonderlijke gemeenten en andere instellingen die tot dit kerkgenootschap behoren zijn aangewezen als ANBI. Dit is ook van toepassing op Protestantse gemeente te Sint-Oedenrode, Son en Breugel.

B. Samenstelling bestuur

Het bestuur van de kerkelijke gemeente ligt bij de kerkenraad en wordt gevormd door de ambtsdragers van deze gemeente. In onze gemeente telt de kerkenraad 8 leden, die worden gekozen door en uit de leden van de kerkelijke gemeente.

Het College van kerkrentmeesters telt 6 leden en is verantwoordelijk voor het beheer van de financiële middelen en de gebouwen van de gemeente, met uitzondering van diaconale aangelegenheden.
De kerkenraad is eindverantwoordelijk, wat tot uitdrukking komt in de goedkeuring van o.a. de begroting en de jaarrekening. Het college bestaat uit ten minste drie leden. Verder hebben zowel de kerkenraad als het college, door het toezicht op de vermogensrechtelijke aangelegenheden, contact met het regionaal college voor de behandeling van beheerszaken. (Ordinantie 11, art. 3).

C. Doelstelling/visie

De Protestantse Kerk verwoordt in de eerste hoofdstukken van de Kerkorde wat zij gelooft en belijdt. (Artikel 1 van de kerkorde, lid 1, 2, en 3 zijn hieronder weergegeven.) De kerkorde vormt de basis van haar kerkstructuur, haar  organisatie, haar kerkrecht, haar ledenadministratie, haar arbeidsvoorwaarden en haar financiën.
 
Art 1.1 - De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke Kerk die zich, delend in de aan Israël geschonken verwachting, uitstrekt naar de komst van het Koninkrijk van God. 
Art 1.2 - Levend uit Gods genade in Jezus Christus vervult de kerk de opdracht van haar Heer om het Woord te horen en te verkondigen. 
Art 1.3 - Betrokken in Gods toewending tot de wereld, belijdt de kerk in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienst, de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

D. Beleidsplan

Het beleidsplan van de Protestantse Kerk is in te zien op www.protestantsekerk.nl/visienota
Het beleidsplan van onze gemeente is daarvan afgeleid.
Uitgangspunt voor het beleid zijn voorts twee eerdere documenten die in onze gemeente ontstaan zijn uit intensieve processen: “Door Bezinning tot Vernieuwing” en “Een geloofsgemeenschap met een eigen Identiteit”. In deze documenten wordt onze organisatiestructuur en werkwijze beschreven en is verwoord wie we (zouden) willen zijn. Kijkend naar de toekomst van onze gemeente zijn er nog voldoende mogelijkheden om kerk te zijn maar zijn er ook zorgen. Zorgen, die veroorzaakt worden door de vergrijzing, het verlies van de (nog) meelevende rand van de kerkelijke gemeente, afnemende draagkracht en het feit dat de beide dorpen niet groeien. Daarnaast zijn er de gevolgen van de vergaande secularisering van de Europese cultuur. Deze ontwikkelingen leiden tot de conclusie dat de kerk, maatschappelijk gezien, een minderheidscultuur is geworden, Als het gaat om maatschappelijke vragen op het gebied van welzijn en geluk, van zingeving en levensvragen heeft de kerk niet meer het primaat. Deze constatering heeft gevolgen voor de manier van kerk zijn. Waar willen we ons in onze geloofsgemeenschap op richten en wat is de kwaliteit van ons gemeente-zijn? Waar liggen onze ambities en welke keuzes maken we?

Waar staan wij?
In het rapport ‘Een geloofsgemeenschap met een Identiteit” (2002) is tot uitdrukking gebracht wat en wie we willen zijn: een betrokken geloofsgemeenschap die zich laat inspireren door de bijbel en die zoekt naar de bevrijdende en appellerende betekenis daarvan voor ons leven vandaag. We willen creatief ruimte bieden aan nieuwe uitdrukkingswijzen van het geloof. We willen in oecumenische gezindheid met andere kerken samenwerken en open staan voor allen die met ons mensen in gelijkwaardigheid willen ontmoeten.

Doelstellingen
Om ook in de toekomst een levende gemeente te kunnen zijn, hebben wij voor onszelf een aantal doelstellingen vastgelegd.
-  Het in stand houden van een geloofsgemeenschap waarin zowel letterlijk als figuurlijk ruimte is om te leren, te vieren en te dienen
-  Voortdurend aandacht blijven geven aan ontwikkeling van het open en betrokken karakter van onze gemeenschap. Open naar de mensen om ons heen en betrokken op de ontwikkelingen die om ons heen gaande zijn. Hierin willen wij als geloofsgemeenschap groeien.
 
Beleidsplan 2017-2019

In de periode 2014- 2016 hebben we als gemeente en als ambtsdragers in een bezinningsproces gezocht naar nieuw beleid om de krimp en de vergrijzing van onze gemeente niet te laten omslaan in kramp.  De essentie van dat nieuwe beleid is dat we de gevolgen van de krimp en vergrijzing accepteren en dat we weloverwogen keuzes maken rond samenstelling van de ambtsgroepen, het al dan niet aanpakken van nieuwe activiteiten en het mogelijk beëindigen van activiteiten. Dit nieuwe beleid zal in de komende periode sterk beïnvloed worden door het gegeven dat er voor onze huidige bestuurlijke capaciteit geen of onvoldoende vervanging beschikbaar is.

We kiezen voor een beleidsperiode van circa 2 jaar, onder meer omdat we verwachten dat al werkende weg  aanpassingen nodig zullen zijn. Verder zullen mogelijk in deze korte periode dusdanige veranderingen zijn doorgevoerd, dat daarna een dan passend beleidsplan nodig is.
In dit beleidsplan worden geen beleidsplannen van de ambtsgroepen opgenomen. De ambtsgroepen richten zich in deze beleidsperiode vooral op de (noodzakelijke) lopende werkzaamheden.

Uitgangspunten:
  • We doen wat we kunnen en we kunnen wat we doen.
  • We aanvaarden het gegeven dat we met steeds minder leden zullen zijn en zoeken daarom naar wegen waarin we ons werk kunnen doen met een kleinere groep vrijwilligers die gemiddeld gerekend kunnen worden tot de categorie oudere mensen.
  • We verwachten op termijn niet langer als zelfstandige geloofsgemeenschap te kunnen bestaan.
  • Naast de in omvang beperkte formele organisatie pakken we ook taken op in informele projectteams. Die teams kunnen worden geformeerd uit leden (al of niet ambtsdrager) die een taak voor kortere of langere tijd op zich nemen.
  • De zelfstandige beleidsontwikkeling en uitvoering daarvan door de ambtsgroepen blijft bestaan. De coördinerende rol van de kerkenraad zal wel geïntensiveerd worden om dubbel werk te voorkomen en zorg te dragen voor continuïteit.
 
Beleidspunten van de kerkenraad:

1.         Predikantsplaats
 
Het emeritaat van ds. Stigter per 31-08-2018 zal leiden tot een kortere of langere periode van vacant zijn. De verwachting is dat op grond van het financiële meerjarenplan, waar uit naar voren komt dat er beperkt “levend”[1] geld te verwerven is onder de gemeente, bij het beroepen van een predikant uitgegaan moet worden van een fte van 33 1/3 % . Een predikantsplaats moet immers gebaseerd zijn op levend geld en mag niet uit aanwezige fondsen gefinancierd (tenzij geoormerkt) worden. Wel bestaat er de mogelijkheid om een kerkelijk werker te benoemen met een in jaren beperkt contract. Aan deze optie wordt voorkeur gegeven.
 
2.       Samenwerking
Samenwerking met buurgemeenten is volgens de kerkenraad noodzakelijk om onze gemeente in stand te houden. Hiervoor hebben we de volgende argumenten.
a)      Gezien de kleine predikantsformatie acht de kerkenraad het noodzakelijk samenwerking met de buurgemeenten aan te gaan op het punt van een te beroepen predikant. Een predikant beroepen voor 1/3 FTE zal niet eenvoudig zijn en de omvang is zo minimaal dat de werkzaamheden van de predikant zeer beperkt zullen zijn. Als de predikant gedeeld kan worden met een andere gemeente bestaat er een goede basis van waaruit de predikant ook voor onze gemeente zijn of haar werk kan doen.
b)       Bij de invulling van de professionele theologische en pastorale begeleiding en ondersteuning van de gemeente is in principe besloten als overbrugging van de periode zonder predikant een kerkelijk werker te benoemen. Ook het inzetten van een kerkelijk werker zal ons inziens in afstemming met de buurgemeenten gedaan kunnen /moeten worden.
c)      De bestuurskracht van onze gemeente loopt zo hard terug dat op korte termijn het voortbestaan van onze gemeente als zelfstandige gemeente in gevaar komt. Vacatures kunnen niet meer ingevuld worden, ambtsgroepen dreigen onder een minimale bezetting te zakken, of zullen worden opgeheven. Een voorzitter voor de kerkenraad kan niet meer gevonden worden. Intensieve samenwerking en fusie zijn volgens de kerkenraad op korte termijn noodzakelijk.
d)      Op grond van de eerder genoemde uitgangspunten zullen we bij het in stand houden van het gemeenteleven, dat zich primair uit in het houden van erediensten en het uitvoeren van de pastorale en diaconale taken, pragmatisch te werk gaan en voorkomen dat de weinigen die het werk nog kunnen doen overvraagd worden. Ook bij het in stand houden van het gemeenteleven zien we noodzaak om samen te werken met buurgemeenten.

Met het bovenstaande geven we aan dat het komend jaar alle bestuurlijke energie ingezet moet worden voor het in stand houden van onze gemeente. Hetgeen naar onze mening alleen haalbaar is door middel van samenwerking/fusie. De vorm staat niet vast, die wordt onderzocht en besproken met de gemeenschap tijdens gemeentebera(a)den. De kerkenraad laat zich adviseren door personen uit de Classis en uit kerkelijke gemeenten die dit proces al gedeeltelijk achter de rug hebben. Ook zijn alle kerken in onze regio uitgenodigd voor een overleg en worden inmiddels gesprekken gevoerd met de buurgemeenten Nuenen en Best. Ook Eindhoven en Helmond zijn bij dit overleg betrokken.

De hiervoor omschreven beleidskeuzes  betekenen ook dat andere ontwikkelingen die zijn aangekondigd voorlopig worden stil gezet. Dit geldt voor de aanpassing van de kerkzaal en voor de activiteiten die voortvloeien uit de behoefte meer zichtbaar te zijn in onze dorpsgemeenschappen. Althans waar het om nieuwe activiteiten gaat die nog ontwikkeld moeten worden.

We volstaan hier deze beide voornemens kort te beschrijven en er verder geen concrete plannen aan te hechten.

3.      Aanpassing kerkzaal

Een bescheiden deel van het vermogen kan worden ingezet om de kerkzaal aan te passen aan de kleiner wordende gemeente. Er zal gestreefd worden naar een inrichting van die zaal die een goede beleving van het elkaar ontmoeten in de eredienst en bij andere gelegenheden mogelijk maakt. Het liturgisch meubilair zal minder zwaar worden uitgevoerd dan de tot nu toe bestaande versie om het voor de vrijwilligers makkelijker te maken de zaal waar nodig aan te passen aan de vorm van gebruik.

4.      Plaats in de samenleving

Ook een kleinere geloofsgemeenschap kan er voor kiezen een bewuste plaats in de samenleving in te nemen, waarbij aandacht wordt gegeven aan de manieren waarop wij ons presenteren aan en in de samenleving. Wij kozen daar voor op grond van gesprekken die eind 2016 begin 2017 gevoerd zijn in verschillende geledingen van onze gemeenschap. De kerkenraad onderschrijft de ideeën die uit die gesprekken voortkwamen en hoopt dat de ideeën op een later tijdstip uitgevoerd kunnen worden. De uitwerking en uitvoering omvatten de werkvelden van de ambtsgroepen diaconaat, pastoraat, eredienst en vorming en toerusting. Elk van deze ambtsgroepen kan autonoom, zoals we gewend zijn, maar zeker ook gecoördineerd met de andere ambtsgroepen het werk uitvoeren. Ook hier beschermen we elkaar voor het gevaar van overvragen.


Omdat we het open zijn van onze gemeenschap onder meer vorm willen geven door bij veel van onze activiteiten dorpsgenoten uit te nodigen mee te doen, zullen we nu of in de nabije toekomst de audio/visuele middelen verbeteren. Hiervoor kunnen we een deel van het opgebouwde vermogen inzetten.

5.      Financiën

Het financiële beleid en beheer zal uitgevoerd worden conform de hiervoor omschreven uitgangs- en beleidspunten voor de periode 2017-2019 en waar mogelijk verder.

Hoofdpunten zijn
  • De financiële aspecten van de vormen van samenwerking met buurgemeenten bij het beroepen van predikant en het aanstellen van een kerkelijk werker onderzoeken. 
  • Opstellen van een financieel meerjarenplan op grond van:
    • o       kleine predikantsformatie, kerkelijk werker
    • o       inzet van vermogen voor verbetering van faciliteiten,
    • o       bij het bestaande fonds voor groot onderhoud rekening  houden met het op langere termijn niet meer         gebruiken van het kerkgebouw in Son,
    • o       nog nader uit te werken KR-beleid over het gebruik van de Knoptorenkerk.
 
E. Beloningsbeleid

De beloning van de predikant van onze gemeente is geregeld in de ‘Generale regeling rechtspositie predikanten’. De beloning van de overige medewerkers in loondienst, zoals kerkelijk werkers en kosters/beheerders, is geregeld in de ‘ Arbeidsvoorwaardenregeling Protestantse Kerk in Nederland’.
Beide regelingen zijn te vinden op www.protestantsekerk.nl/arbeidsvoorwaarden
 
Leden van kerkenraden, colleges en commissies ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. Alleen werkelijk gemaakte onkosten kunnen worden vergoed.

F. Verslag Activiteiten

De kerkenraad heeft de algemene eindverantwoordelijkheid voor het in stand houden van een levende gemeente. Dat doet zij door zoveel mogelijk gemeenteleden in te schakelen bij het plaatselijk werk. Via het kerkblad "Woord en Daad" en via de website wordt aan de leden doorlopend inhoudelijk verslag van de activiteiten gegeven. Financiële rapportage is conform de kerkorde gedelegeerd naar de ambtsgroepen Beheer en Diaconie. Zij waken over de financiële slagkracht van de gemeente en leggen via een jaarverslag rekening en verantwoording af aan de kerkenraad. Een uittreksel van de belangrijkste gegevens treft u hieronder aan.

G. Voorgenomen bestedingen

De verwachte bestedingen (begroting) sluiten als regel nauw aan bij de rekeningen over de voorgaande jaren. Het plaatselijk kerkenwerk (of kerk-zijn) vertoont een grote mate van continuïteit: de predikanten of andere werkers verrichten hun werkzaamheden, kerkdiensten worden gehouden en ook andere kerkelijke activiteiten vinden plaats. In de kolom begroting van de verkorte Staat van baten en lasten is dit cijfermatig in beeld gebracht.

H. Verkorte staat van baten en lasten met toelichting

Onderstaande staat van baten en lasten geeft via de kolom Begroting inzicht in de begrote ontvangsten en de voorgenomen bestedingen in het verslagjaar. De kolom Rekening geeft inzicht in de daadwerkelijk gerealiseerde ontvangsten en bestedingen.
 
Baten en Lasten kerkelijke gemeente
  begroting rekening rekening
  2017 2017 2016

BATEN
 
Opbrengsten uit bezittingen    6250 €     3772 €    6682 €
Bijdragen gemeenteleden 97650 € 99697 € 106186 €
Subsidies en overige bijdragen van derden      
Totaal baten 103900 € 103469 €  112868€

LASTEN
 
Bestedingen Pastoraat (predikant en kerkelijk werkers)    68289 €   66818 €   69676 €
Bestedingen Kerkdiensten, catechese en gemeentewerk      6450 €      8288 €    12288 €
Bijdragen aan andere organen binnen de kerk     7125€      7149 €      7508€
Lasten kerkelijke gebouwen (inclusief afschrijving)    20580€    117653€   19611 €
Salarissen (koster, organist e.d.)      3200 €      2965 €      3178 €
Lasten beheer en administratie, bankkosten en rente      7925 €     9979 €      8279 €
Lasten overige eigendommen en inventarissen      
Totaal lasten  113569 €  112852 €  120590 €
 
Resultaat (baten - lasten)      -9669 €     -9383 €   -7723 €

De voorgenomen bestedingen voor het komende jaar zullen niet sterk afwijken van de voorgenomen bestedingen van het verslagjaar.

Toelichting
Kerkgenootschappen en hun onderdelen zorgen in Nederland zelf voor de benodigde inkomsten voor hun activiteiten. Aan de kerkleden wordt elk jaar via de Actie Kerkbalans gevraagd om hun bijdrage voor het werk van de kerkelijke gemeente waartoe zij behoren.

Kerken ontvangen geen overheidssubsidie in Nederland, behoudens voor de instandhouding van monumentale (kerk)gebouwen of een specifiek project.
 
Een groot deel van de ontvangen inkomsten wordt besteed aan pastoraat, in de vorm van salarissen voor de predikant en eventuele kerkelijk werkers en aan de organisatie van kerkelijke activiteiten.

Daarnaast worden de ontvangen inkomsten ook besteed aan het in stand houden van de kerkelijke bezittingen, benodigd voor het houden van de kerkdiensten (zoals onderhoud, energie, belastingen en verzekeringen) en aan de kosten van de eigen organisatie (salaris koster, eventueel overig personeel, vrijwilligers) en bijdragen voor het in stand houden van het landelijk werk.

Onder lasten van beheer zijn opgenomen de kosten voor administratie en beheer van de kerkelijke bezittingen.
 

terug